Quantcast
Ads by Muslim Ad Network









al-Waqi`ah Farsi:: Ghodratollah Bakhtiari Nejad 

Ayat
56:1Als de onvermijdelijke dag des oordeels plotseling zal komen.
56:2Zal geene ziel de voorspelling zijner komst van valschheid beschuldigen.
56:3Sommigen zullen daardoor vernederd, en anderen verheven worden.
56:4Als de aarde door een hevigen schok zal geschud worden.
56:5En de bergen in stukken zullen springen.
56:6En als weggeblazen stof zullen worden.
56:7En gij, menschen, in drie duidelijke klassen zult verdeeld worden.
56:8De makkers van de rechterhand (hoe gelukkig zullen de makkers der rechterhand wezen).
56:9En de makkers der linkerhand, (hoe ellendig zullen de makkers der linkerhand zijn);
56:10En zij, die anderen in het geloof zijn voorgegaan, zullen hen in het paradijs voorafgaan.
56:11Dat zijn zij, die God zullen naderen.
56:12Zij zullen in tuinen van vermaak wonen.
56:13Daar zullen velen van de vroegere godsdiensten.
56:14En enkelen van den lateren zijn.
56:15Rustende op zetels met goud en edelgesteenten versierd.
56:16En tegenover elkander daarop zittende.
56:17Jonge lieden, die eeuwig jong zullen blijven, zullen om hen heen gaan, om hen te bedienen.
56:18Met bekers, kroezen en schalen met vloeienden wijn.
56:19Hunne hoofden zullen geen pijn gevoelen, door dien te drinken, en hun verstand zal niet beneveld worden.
56:20En met vruchten, van de soorten, welke zij zullen kiezen.
56:21En het vleesch van de vogelsoort, welke zij zullen begeeren.
56:22Daar zullen zij door schoone maagden worden vergezeld,
56:23Met groote, zwarte oogen, gelijkende op paarlen, die in hare schelpen verborgen zijn.
56:24Dit zal een belooning wezen, voor hetgeen zij zullen hebben verricht.
56:25Daar zullen zij geene ijdele gesprekken hooren of eenige aansporing tot zonde.
56:26Maar alleen de begroeting: Vrede! vrede!
56:27En de makkers der rechterhand (hoe gelukkig zullen de makkers der rechterhand wezen!)
56:28Zullen hun verblijf houden onder lotusboomen, vrij van doornen.
56:29En banaan-boomen, geregeld beladen met hunne voortbrengselen, van den top tot den stam.
56:30In de uitgebreide schaduw.
56:31Nabij een stroomend water.
56:32En te midden van een overvloed van vruchten.
56:33Welke niemand zal afsnijden, en waarvan de inzameling niet zal verboden zijn.
56:34En zij zullen op verheven bedden uitrusten.
56:35Waarlijk, wij hebben de maagden van het paradijs door eene bijzondere schepping gevormd;
56:36En wij hebben haar tot maagden gemaakt.
56:37Bemind door hare echtgenooten, die van gelijken ouderdom met haar zijn.
56:38Tot de geneugten der makkers van de rechterhand.
56:39Daar zullen velen van de vroegere godsdiensten.
56:40En velen van den lateren zijn.
56:41En de makkers van de linkerhand (hoe ellendig zullen de makkers der linkerhand zijn).
56:42Zullen wonen te midden van brandende, verpestende winden en kokend water.
56:43Onder de schaduw van zwarten rook.
56:44Die noch koel, noch aangenaam zal wezen.
56:45Want zij genoten de genoegens van het leven, v
56:46En zij volhardden stijfhoofdig in eene hatelijke zondigheid.
56:47En zij zeiden: Nadat wij zullen gestorven, en tot stof en beenderen geworden zijn, zullen wij dan zekerlijk tot het leven worden opgewekt?
56:48Zullen onze vaderen ook met ons worden opgewekt?
56:49Zeg: waarlijk, zoowel de vroegeren als de lateren.
56:50Zullen zekerlijk op den vooraf bepaalden tijd van een bekenden dag worden bijeen verzameld, om geoordeeld te worden.
56:51En gij, o menschen! die gedwaald, en de opstanding als eene valschheid geloochend hebt.
56:52Gij zult zekerlijk eten van de vrucht des booms van al Zakkoem.
56:53Gij zult uwen buik daarmede vullen.
56:54En gij zult daar kokend water drinken.
56:55Gij zult drinken, zooals een dorstige kameel drinkt.
56:56Dit zal hunne uitspanning op den dag des oordeels zijn.
56:57Wij hebben u geschapen; wilt gij dus niet gelooven, dat wij u van den dood kunnen opwekken? Wat denkt gij?
56:58Het zaad dat gij uitwerpt.
56:59Schept gij dat, of zijn wij er de schepper van?
56:60Wij hebben voor u allen den dood bepaald, en wij zullen daarin door niemand worden belet.
56:61Wij zijn in staat anderen, gelijk gij in uw plaats te stellen, en u terug te brengen in den toestand of den vorm, dien gij niet kent.
56:62Gij kent de schepping; wilt gij dus niet overwegen, dat wij u, door u op te wekken, weder kunnen voortbrengen?
56:63Wat denkt gij? Het graan dat gij zaait.
56:64Doet gij dat uitbotten, of doen wij dat voortspruiten?
56:65Indien het ons behaagde, waarlijk, wij konden het droog en onvruchtbaar maken, zoodat gij niet zoudt ophouden u te verwonderen, zeggende:
56:66Waarlijk, wij hebben verbintenissen aangegaan voor zaad en arbeid,
56:67Maar het is ons niet geoorloofd, de vruchten daarvan te oogsten.
56:68Wat denkt gij? Het water dat gij drinkt.
56:69Zendt gij dat uit de wolken neder, of zenden wij het?
56:70Indien het ons behaagde, zouden wij het brak kunnen maken. Zult gij dus niet dankbaar wezen?
56:71Wat denkt gij? Het vuur, dat gij door wrijving verkrijgt,
56:72Brengt gij den boom voort, waardoor gij dat doet ontstaan? Of brengen wij dien voort?
56:73Wij hebben dit als eene vermaning bevolen en tot een voordeel voor hen, die door de woestijnen reizen.
56:74Prijst dus den naam van uwen Heer, den grooten God.
56:75Ik zweer echter, bij het ondergaan der sterren.
56:76(En waarlijk, dit is een groote eed, indien gij het slechts wist!)
56:77Dat dit de uitmuntende Koran is.
56:78Waarvan het oorspronkelijke in het welbewaarde boek is geschreven.
56:79Niemand zal het aanraken, behalve zij, die rein zijn.
56:80Het is eene openbaring van den Heer van alle schepselen.
56:81Zult gij dus deze nieuwe openbaring verachten?
56:82En is dit uwe vergelding voor uw voedsel, hetwelk gij van God ontvangt, dat gij u zelven loochent, hem daarvoor verplicht te zijn?
56:83Als de ziel van een stervend mensch tot zijne keel opstijgt.
56:84En gij op hetzelfde oogenblik rond ziet.
56:85(En wij zijn hem nader dan gij; maar gij ziet zijn waren toestand niet).
56:86Zoudt gij dan niet, indien gij hier namaals niet voor uwe daden werdt vergolden.
56:87Die in het lichaam doen terugkeeren, indien gij de waarheid spreekt?
56:88En voor hem die tot degenen behoort, welke God zullen naderen.
56:89Zal de belooning zijn, rust, genade en een tuin van vermaak.
56:90En behoort hij tot de makkers der rechterhand.
56:91Dan zal hij gegroet worden met de begroeting: Vrede zij over u! door de makkers der rechterhand, zijne broeders.
56:92Of, indien hij tot hen behoort, die het ware geloof (den profeet) verworpen hebben. En afgedwaald zijn.
56:93Zijn voedsel zal kokend water wezen.
56:94En de verbranding door het hellevuur.
56:95Waarlijk, dit is een zekere waarheid.
56:96Daarom prijst den naam van uwen Heer, den grooten God.



Share this Surah Translation on Facebook...