Quantcast
Ads by Muslim Ad Network









adh-Dhariyat Farsi:: Ghodratollah Bakhtiari Nejad 

Ayat
51:1Bij de winden, die het stof verspreiden en verstrooien.
51:2En bij de wolken, die een last van regen dragen;
51:3Bij de schepen, die de zee snel doorklieven.
51:4En bij de engelen, die dingen uitdeelen, noodig voor het onderhoud van alle schepselen
51:5Inderdaad, datgene waarmede gij bedreigd zijt, is zekerlijk waar,
51:6En het laatste oordeel zal gewis komen.
51:7Bij den hemel met paden voorzien.
51:8Gij verschilt zeer in hetgeen gij zegt.
51:9Men zal zich afwenden van dengeen, die van het ware geloof is afgekeerd!
51:10Vervloekt mogen de leugenaars zijn.
51:11Die in diepe wateren van onwetendheid waden, terwijl zij hun heil verwaarloozen.
51:12Zij vragen: Wanneer zal de dag des oordeels komen?
51:13Op dien dag zullen zij in het hellevuur verbrand worden.
51:14En men zal tot hen zeggen: Proeft uwe straf; dit is hetgeen gij verlangd hebt, dat verhaast zou worden.
51:15Maar de vromen zullen tusschen tuinen en fonteinen wonen.
51:16Datgene ontvangende, wat hun Heer hun zal geven, omdat zij v
51:17Zij slapen slechts gedurende een klein gedeelte van den nacht.
51:18En vroeg in den ochtend vragen zij vergiffenis van God.
51:19Een voegzaam deel van hunne welvaart werd hem gegeven, die vroeg, en aan hem, die door schaamte teruggehouden werd te vragen.
51:20Er zijn teekenen van goddelijke macht en goedheid op de aarde, voor de menschen van goed begrip.
51:21Ook in u zelven: zult gij dus niet overwegen?
51:22Uw onderhoud is in den hemel; en evenzeer bevat hij datgene, wat u werd beloofd.
51:23Daarom zweer ik bij den Heer van hemel en aarde, dat dit zekerlijk de waarheid is; overeenkomstig datgene, wat gij zelf zegt.
51:24Is de geschiedenis van Abraham's geachte gasten niet tot uwe kennis gekomen?
51:25Toen zij tot hem ingingen en zeiden: Vrede? antwoordde hij: Vrede! bij zich zelven zeggende: Dit zijn onbekende menschen.
51:26En hij ging heimelijk tot zijn gezin, en bracht een gemest kalf.
51:27Hij zette het voor hen neder, en toen hij zag, dat zij het niet aanraakten, zeide hij: Eet gij niet?
51:28En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.
51:29Zijne vrouw kwam nader; zij gaf een gil, sloeg zich in het aangezicht, en zeide ik ben een oude vrouw en onvruchtbaar!
51:30De engelen zeiden: Dit zeide uw Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende.
51:31En Abraham zeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God?
51:32Zij antwoordden: waarlijk, wij worden tot een zondig volk gezonden.
51:33Opdat wij steenen van gebakken klei op hen zouden nederzenden.
51:34Gemerkt door uwen Heer, ter verdelging der zondaren.
51:35En wij telden de ware geloovigen, die in de stad waren.
51:36Maar wij vonden niet meer, dan
51:37Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.
51:38In Mozes was mede een teeken, toen Hij hem met duidelijke macht tot Pharao zond.
51:39Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.
51:40Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.
51:41En in den stam van Ad was mede een teeken, toen wij een verwoestenden wind tegen hen zonden.
51:42Die niets aanraakte, waar hij nederkwam, of hij verwoeste het, als een verrot voorwerp, en maakte het tot stof.
51:43In Thamoed was eveneens een teeken toen er tot hem werd gezegd: Geniet alles gedurende eenigen tijd.
51:44Maar zij schonden onbeschaamd het bevel van hunnen Heer, waardoor hen een vreeselijk onweder van den hemel overviel, terwijl zij daarheen blikten.
51:45Zij waren niet in staat op hunne voeten te staan, evenmin als zij zich van de verdediging konden redden.
51:46En het volk van Noach verdelgden wij voor dezen; want het was een volk, dat vreeselijk zondigde.
51:47Wij hebben den hemel met macht gebouwd, en dien eene groote uitgebreidheid gegeven.
51:48Wij hebben de aarde daaronder uitgebreid, en hoe gelijkmatig hebben wij dit gedaan.
51:49En van alle dingen hebben wij twee soorten geschapen, opdat gij wellicht zoudt overwegen.
51:50Vlucht dus tot God; waarlijk, ik ben een openlijk waarschuwer van Hem onder u.
51:51Aanbidt geene andere goden behalve uwen Heer. Ik bericht u dit duidelijk uit zijn naam
51:52Op dezelfde wijze kwam er geen gezant tot hunne voorgangers of zij zeiden: Deze man is een toovenaar of een bezetene.
51:53Hebben zij dit gedrag achtervolgens elkander als erfdeel vermaakt? Ja; zij zondigen vreeselijk.
51:54Houdt u dus van hen af, en gij zult vrij van blaam zijn, indien gij aldus handelt.
51:55Maar ga voort met vermanen; want vermaning is den waren geloovigen van voordeel.
51:56Ik heb de geniussen en menschen met geen ander doel geschapen, dan opdat zij mij zouden dienen.
51:57Ik eisch geenerlei onderhoud van hen; evenmin verlang ik, dat zij mij zullen voeden.
51:58Waarlijk, God is degene, die alle schepselen voorziet, en die een aanzienlijke macht bezit.
51:59Aan hen die onzen gezant beleedigden, zal een deel gegeven worden, gelijk aan het deel van hen, die zich in vroegere tijden, evenals zij hebben gedragen; en zij zullen niet wenschen, dat dit verhaast worde.
51:60Wee dus over de ongeloovigen, om hunnen dag, waarmede zij zijn bedreigd!



Share this Surah Translation on Facebook...